KoKo
NL

Woordenschat Zweeds: basiswerkwoorden

Zijn, hebben, gaan, doen, willen: de basiswerkwoorden in het Zweeds, die in bijna elke zin voorkomen.

Hier zijn 100 woorden in het Zweeds over het thema ‘Basiswerkwoorden’, met Nederlandse vertaling en geordend van makkelijk naar moeilijk.

Niveau 1: makkelijk 40 woorden

ZweedsNederlands
slutföraafmaken
svaraantwoorden
börjabeginnen
skyddabeschermen
gå inbinnengaan
byggabouwen
skapacreëren
deladelen
serveradienen
bäradragenBij zich hebben, vervoeren
användagebruiken
leglimlachen
kännakennenVertrouwd zijn met iemand of iets
kommakomen
köpakopen
läsalezen
gå uppnaar boven gaan
gå hemnaar huis gaan
träffaontmoeten
fåontvangen
öppnaopenen
roparoepen
skrivaschrijven
spelaspelen
dösterven
stoppastoppen
komma tillbakaterugkomen
lägga tilltoevoegen
dratrekken
förklarauitleggen
förhindraverhinderen
förloraverliezen
passeravoorbijgaan
väntawachtenGeduld hebben, de tijd laten verstrijken
arbetawerken
viljawillen
bliwordenVan de ene toestand in de andere overgaan
sägazeggen
undrazich afvragen
leta efterzoeken

Niveau 2: gemiddeld 35 woorden

ZweedsNederlands
röra vidaanraken
anfallaaanvallen
accepteraaccepteren
erkännabekennen
bestämmabeslissen
röra sigbewegen
ha sönderbreken
komma medbrengenIets naar de spreker toe halen
älskahouden van
gråtahuilen
gå till fotslopen
gå nernaar beneden gaan
behövasnodig zijn
antecknanoteren
lägga märke tillopmerken
stiga uppopstaan
organiseraorganiseren
korsaoversteken
springarennen
reparerarepareren
lyckasslagen
hoppaspringen
stödjasteunen
dra tillbakaterugtrekken
vilauitrusten
slåssvechten
försvinnaverdwijnen
förstöravernietigen
berättavertellenEen verhaal doen, een geschiedenis weergeven
ersättavervangen
ta bortverwijderen
kännavoelenEen lichamelijke prikkel of een emotie waarnemen
föreslåvoorstellen
slängaweggooien
föreställa sigzich voorstellen

Niveau 3: moeilijk 25 woorden

ZweedsNederlands
slå påaanzetten
bero påafhangen
hotabedreigen
kritiserabekritiseren
tvingadwingen
krävaeisen
misslyckasfalen
viskafluisteren
sätta siggaan zitten
småpratakletsen
klämmaknijpen
tömmaleegmaken
ta medmeenemenIemand met zich meevoeren
plocka uppoprapen
planeraplannen
uppskattaschatten
städaschoonmaken
bönfallasmeken
tillhöratoebehoren
fångavangen
dela uppverdelen
föredraverkiezen
samlaverzamelen
bowonen
klä på sigzich aankleden

Miniquiz

5 woorden van deze pagina, willekeurig gekozen. Vind de vertaling.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden bevat deze lijst?
Deze pagina geeft 100 woorden in het Zweeds over het thema ‘Basiswerkwoorden’. Het hele thema telt er 246 in de app KoKo: 98 van niveau makkelijk, 86 van niveau gemiddeld en 62 van niveau moeilijk.
Met welke woorden begin ik?
Met niveau 1: dat zijn de makkelijkste woorden van het thema. Ga naar niveau 2 als je ze zonder nadenken kent, en daarna naar niveau 3.
Hoe onthoud ik deze woordenschat Zweeds?
Door elk woord met steeds langere tussenpozen te herhalen, net voordat je het vergeet: dat is gespreid herhalen. De app KoKo doet dat voor je en vertelt je elke dag welke woorden aan de beurt zijn.

Hoe KoKo je woorden laat onthouden

In hetzelfde blok: Grammatica

Lijsten per situatie

Dit thema in andere talen

Je eerste woord wacht op je

Leer Zweeds woord voor woord, een paar minuten per dag.

  • Herhalen op het juiste moment
  • +6.000 woorden, 38 thema’s
  • Werkt offline
Download in de App Store

Zit je achter de computer? Scan de code met je iPhone.